webwinkel

Mythes over Gehoorbescherming

De meeste programma’s die worden opgezet om het gehoor te behouden, zijn erg afhankelijk van gehoorbeschermers – die moeten voorkomen dat medewerkers blootgesteld worden aan schadelijk of hard geluid. Dit met als doel om lawaaidoofheid te voorkomen. Andere middelen om de blootstelling aan schadelijk geluid te beperken, zoals technische en administratieve maatregels, worden minder vaak ingezet. Dat komt voornamelijk door beleid dat medewerkers toestaat om gehoorbeschermers of oordoppen te gebruiken als vervanging voor deze middelen. Dat heeft weer te maken met het feit dat er veel vraagtekens en zorgen zijn over de effectiviteit van zulke maatregelen op de werkvloer.

Veel personen die wél het belang van gehoorbescherming inzien, zijn toch nog steeds niet goed geïnformeerd over factoren die een invloed hebben op het gehoor en de bescherming daarvan. Dit kan ervoor zorgen dat zij hun oren minder goed beschermen dan zij zelf denken. Daarom wil ik graag de aandacht vragen voor de mythes over gehoorbescherming die je het meest hoort en laten zien waarom zij flauwekul zijn.

MYTHE: Het verliezen van mijn gehoor is helemaal niet erg; ik neem gewoon een gehoorapparaat en kan dan weer ‘normaal’ horen

WAARHEID: Lenzen kun in de meeste gevallen het gezicht vrijwel helemaal herstellen, maar gehoortoestellen kunnen voor mensen met lawaaidoofheid niet hetzelfde doen met hun gehoor. De problemen met het zicht die nog wel hersteld kunnen worden, komen namelijk meestal niet voort uit schade aan de zintuigcellen in het oog. Lawaaidoofheid ontstaat echter doordat zintuigcellen in het binnenoor, die bekend staan als ‘haarcellen’, kapot zijn gemaakt. Deze zijn essentieel voor een goed en normaal gehoor! Gehoortoestellen kunnen het wel makkelijker maken om geluiden op te pikken, maar kunnen het gehoor niet tot een ‘normaal niveau’ herstellen omdat de zintuigcellen die het geluid moeten versterken niet meer functioneren.

MYTHE: Ik hoef geen gehoorbescherming te dragen: ik werk al jaren in rumoerige omgevingen en heb nooit ergens last van.

WAARHEID: Mensen die hard geluid wél goed kunnen verdragen kunnen net zo goed lawaaidoofheid krijgen als mensen die daar niet goed tegen kunnen. Beschadigingen aan het gehoor zijn niet gerelateerd aan je fysieke en mentale weerbaarheid. Ondanks het feit dat sommigen wel meer vatbaar zijn voor lawaaidoofheid dan anderen. De enige manier om het risico dat gepaard gaat met blootstelling aan hard geluid te verlagen, is om het geluidsniveau en de duur waarin je aan dit geluid blootgesteld wordt te limiteren. Jouw gedrag heeft uiteindelijk een grotere impact op de bescherming van je gehoor dan uithoudingsvermogen, kracht of andere soortgelijke fysieke karakteristieken.

 

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *